Julie Ng groeide op in het Chin.Ind.Spec.Restaurant van haar ouders. Letterlijk. Haar speelgoed bestond uit kroepoek met sambal en als kleuter moest ze al helpen met servetten vouwen. Ze sliep zelfs onder de afhaalbalie omdat haar ouders altijd aan het werk waren en er geen oppas was. In haar boeiende documentaire ‘Meer dan babi pangang’ duikt ze in haar eigen familiegeschiedenis aan de hand van dit iconische, en naar zal blijken, oer-Hollandse gerecht.

Er was een tijd dat elk dorp, elke stad in Nederland een Chinees afhaalrestaurant had, ‘de Chinees’. Iedereen kan het etablissement uittekenen: veel rood en goud, hangende lantaarns, een aquarium, een doorgeefluik naar de keuken en een enorme menukaart met nummers. Waaronder dus die alom geliefde babi pangang, gefrituurd varkensvlees in een zoetzure rode saus. Véél saus, want daar houden Nederlanders van. In China kennen ze het niet eens. Veel gerechten op de kaart zijn ontstaan toen Nederlanders terugkeerden uit Indonesië en de lokale keuken zo misten. Chinese restauranthouders gingen daar vervolgens op inspelen. Maar babi pangang mag dan Indonesisch klinken (babi = varken, pangang = geroosterd), ook in Indonesië kom je dit gerecht nergens tegen. Het blijkt een uniek, typisch Nederlands fenomeen. En terwijl Julie Ng zich vroeger schaamde voor haar Chinese afkomst, is ze nu voorvechtster om dit culturele erfgoed te behouden.
Plastic bakje
Ze reist naar allerlei plekken en spreekt tal van lotgenoten en deskundigen. Zo toont ze het grotere verhaal achter dat simpele witte plastic bakje met dampend warm eten. Zoals de geschiedenis van de Chinese gemeenschap in Nederland: gastarbeiders die de taal niet spraken en de cultuur niet kenden, maar wisten te overleven door zich een slag in de rondte te werken. En die hier lang niet altijd welkom waren, wat blijkt uit talloze voorbeelden van kleine pesterijen tot schaamteloze discriminatie. Maar ook: wie verzon nou toch die zoetzure saus en waarom zijn Nederlanders er zo dol op?
Liever sushi
Intussen wil Julie’s vader met pensioen en probeert het restaurant te verkopen, maar hij raakt het aan de straatstenen niet kwijt. Julie en haar zus piekeren er niet over om het over te nemen, en haar moeder was al eerder teruggekeerd naar Hongkong, die had er ook geen trek meer in. Chinese koks zijn moeilijk te vinden en bovendien is de Nederlandse klandizie tanend; we eten tegenwoordig liever sushi of gaan naar een all-you-can-eat wokrestaurant.
Bij Julie thuis kwam babi pangang vroeger nooit op tafel, daar aten ze écht Chinees eten, heel andere kost dan er in het restaurant geserveerd werd. Verrassend genoeg blijkt Julie’s vader het gerecht zelf nooit te hebben gegeten, en dat is hij ook beslist niet van plan. ‘Babi pangang is geen maaltijd, dat is werk’, bromt hij.
Aanrader, deze documentaire (Meer dan babi pangang, regie: Julia Ng), nu in de bioscoop. Zie hier de trailer:


