Hij (of is het een zij?) hupt ongedurig heen en weer over de balkonrand, het kopje nerveus van links naar rechts. Doet ‘ie het of doet ‘ie het niet? Ik zit binnen op de bank zo stil mogelijk te zitten. Tegen het raam hangt met zuignappen een doorzichtig plastic vogelvoederhuisje geplakt. En ja hoor, het vinkje acht de kust veilig en belandt met beide pootjes bovenop het all-you-can-eat-buffet van zadenmix. Waarna hij doodgemoedereerd zijn oranje buikje begint vol te smikkelen. Zolang ik maar geen plotselinge beweging maak, kan ik minutenlang genieten van het schouwspel.

(Nee, dit is geen vinkje, ik weet het. Het vinkje uit het verhaal wilde niet op de foto, deze mees wel)
Maar kijk, daar verschijnt vanuit de grote boom achter mijn huis al de eerste groene halsbandparkiet. Die lawaaipapegaaien hadden al heel snel door hoe ze dit eethuisje konden enteren. Gewoon aan de rand gaan hangen met hun klauwige poten en smullen maar. Soms wel met z’n drieën tegelijk. Daar had de ontwerper voor dit nadrukkelijk voor klein vogelspul bedoelde etablissement kennelijk geen rekening mee gehouden. De vinkjes hebben het nakijken. Dat gold tot voor kort eveneens voor de stadsduiven, die even verlekkerd als beteuterd moesten toekijken, want te groot om erin te gaan zitten en geen klauwen om eraan te gaan hangen. Maar zie, afgelopen winter hebben ze er ineens iets op gevonden: wild flapperend hangen ze al pikkend voor het voederhuisje, als een uitvergrote imitatie van een kolibrie.

(Voor de oplettende kijkertjes: inderdaad, dit is een ander huisje, de vorige is gevallen en gebroken)
Woeste natuur, en dat gewoon midden in de stad. Alleen hoorde ik bij Vroege vogels dat je moet oppassen met vogelvoer. Een heerlijk radioprogramma waar ik graag op zondagochtend naar luister. Keer op keer verbaas ik met over de insprekers van de populaire ‘Fenolijn’, die melden dat ze een Sallandse witgeelkoptjiftjaf hebben gespot of een Dubbelgevlekte rimpelkoolmees. Ik ben al blij dat ik intussen een vink van een duif weet te onderscheiden. Maar goed, ze hadden laatst dus ook een item over vogelvoer. Eind 2024 was groot in het nieuws dat zo’n beetje al het niet-biologische vogelvoer te gevaarlijk is voor vogels vanwege aanwezige gifstoffen. Ook nu nog blijft het oppassen geblazen. Oei, daar zit je dan, met je goeie gedrag.
Snel bestelde ik online bij de Vogelbescherming een grote zak vol verantwoord biologisch tuinvogelvoer, en vulde daarmee het voederhuisje. In de supermarkt stuitte ik vervolgens op allerlei biologische zadenmixen voor mensen. Dat inspireerde me tot het maken van deze knapperige crackers. Een lekkere snack voor op de bank, weer verder genietend van ‘mijn’ vogels.

RECEPT Zadenmix-crackers
Nodig voor ± 20 stuks:
100 g (gebroken) lijnzaad
50 g sesamzaadjes
50 g pompoenpitten
100 g volkorenmeel
1 theel venkelzaadjes
1 theel fijn zout
150 ml water
2 eetl olijfolie
optie: snuf Maldon zout of fleur de sel
Oven voorverwarmen op 160 °C. Doe lijnzaad, sesamzaad, pompoenpitten, venkelzaadjes en fijn zout in een kom. Giet het water erbij en laat een kwartier staan zodat het een dikkig mengsel wordt. Roer olijfolie en volkorenmeel erdoor. Rol het taaie deeg uit tussen twee vellen bakpapier tot een grote dunne lap. Snij met een mes alvast in het gewenste crackerformaat; eerst in rijen, en die weer in stukken, Verwijder de rommelige randjes, die hebben de neiging om te verbranden. Rol ze liever opnieuw uit tot een kleinere plak. Hevel de boel inclusief het onderste bakpapier over op een bakplaat. Bestrooi voor extra lekker eventueel nog met een snufje grover zout (Maldon of fleur de sel) en duw dat met de hand een beetje vast. Bak 30 minuten in het midden van de oven. Laat helemaal afkoelen en breek via de snijlijnen in stukken. Heerlijk met bijvoorbeeld roomkaas of hummus. Wekenlang houdbaar in een trommel.
TIPS:
* Lijnzaad zorgt (na het weken) voor een soort lijmeffect, dat is echt nodig om de crackers bij elkaar te houden. Het effect is nog sterker bij gebroken lijnzaad, al vind ik hele zaadjes er leuker uitzien. Maar van een lezer kreeg ik al de tip dat hele zaadjes niet door je lichaam worden afgebroken, en dat je voor je gezondheid dus sowieso beter gebroken lijnzaad kunt nemen.
* Maar met alleen zaden en pitten blijven de crackers vrij brokkelig, waardoor ik uiteindelijk deze versie inclusief volkorenmeel het lekkerste vind. Al kan het trouwens ook heel goed met roggemeel in plaats van volkorenmeel.
Dit recept verscheen eerder in Trouw (©: Koken met Karin).
Bewaar dit recept als pin op Pinterest:
ZIN GEKREGEN OM TE BAKKEN?
Dan kan ik je van harte mijn heerlijke bakboek De Zoete Oven aanraden (nu al 4e druk). Zonder hartige crackers, maar vol met 99 foolproof zoete bakrecepten om gelukkig van te worden. Bestel hier bij mij een gesigneerd exemplaar voor jezelf of voor iemand anders om cadeau te geven.



