Ik had al wat inductie-vlieguren opgedaan in mijn huis in Frankrijk, dus toen in Amsterdam onze hele wijk van het gas af ging, zowel wat betreft cv-ketel als forrnuis, was er geen twijfel meer: ook in Nederland ging ik over op inductie. Maar hier had het wel wat meer voeten in de aarde.
Geen idee waarom ook alweer, maar sinds ik woon in mijn huidige Amsterdamse appartement heb ik een gaskookplaat van het ene merk en daaronder een elektrische oven van een ander merk. Die gasplaat, die moest er dus uit, de oven kon gelukkig blijven, want daar kan ik mee lezen en schrijven. Om mijn zoektocht naar de ideale inductiekookplaat grondig aan te pakken, toog ik naar het Experience Center van de ovenfabrikant, op zoek naar een inductieplaat zonder getik. Nee, geen merknamen, want dit is nadrukkelijk géén samenwerking en geen gesponsord artikel.
Experience Center
Handig bij zo’n Experience Center is dat ze alle inductieplaten paraat hebben. Grappig genoeg in lades, maar ze doen het allemaal wel. De keuze is absurd reuze, maar door een lijst met concrete wensen af te lopen, blijkt gelukkig al snel dat er veel mogelijkheden afvallen. Zo bleek het eenvoudig om het aantal keuzes steeds verder te verkleinen. Ook hier gold: ik wil geen fratsen. Geen zinloze snufjes als op afstand aanzetten via je telefoon (waarom??) of een ingebouwd afzuigsysteem (werkt niet optimaal, waarschuwt iedereen die dat heeft). En hij moest beslist passen in de huidige inkeping in het stenen aanrechtblad, want zagen met een slijptol zag ik niet zitten. Dat scheelde meteen al een hoop uitzoekwerk: alle platen van 70-80-90 cm vielen af, alleen die van 60 cm bleven over.
Flexzones
Nog zo’n keuze-optie: wel of geen flexzones. Een standaard inductieplaat heeft net als een gasfornuis 4 ronde plekken voor 4 pannen. Maar als je een grote ovalen pan hebt, of bijvoorbeeld een langwerpige grillplaat, dan is het handig om 2 plekken tegelijk te gebruiken. Een inductieplaat met flexzones snapt dat meteen, die voelt waar er verwarmd moet worden. In dat geval heb je ook niet specifiek 4 rondjes waar je je pan precies op moet zetten. Waar je de pan neerzet maakt namelijk niet uit, de plaat voelt zelf waar de pan staat, en gaat precies daar verwarmen, elders niet. Dat leek me enorm handig.
Keuzes, keuzes
Verder blijken er ook nog volop keuzes wat betreft de bediening. Wil je een display met 4 losse schuifjes, of 1 centraal schuifje voor de hele plaat? Zelfs ouderwetse draaiknoppen bleek een mogelijkheid. Al koos ik toch voor een centrale display met rood lampje, zonder gepiep.
En dan moet je ook nog beslissen wat betreft mat of glimmend, wel of geen afdekplaat, wel of geen randje eromheen, verzonken of niet. Allemaal dingen om goed over na te denken. Ook hier was het geen-fratsen-principe leidend. Dus gewoon glimmend, geen afdekplaat, geen randje, en ook niet verzonken, want dan moet je gaan zagen.
Perilex
In tegenstelling tot Frankrijk viel de keuze hier niet op een 1-fase-, maar een 2-fase-inductieplaat, zodat je veel meer power hebt. Daarvoor moest ik wel eerst (door een elektricien) een aanpassing laten maken, een zogenoemde Perilex-aansluiting, een stekkersysteem speciaal voor hoog vermogen. Ook de stoppenkast moest worden aangepast, maar dat moest in mijn geval sowieso, vanwege het nieuwe verwarmingssysteem, want ik ging niet alleen in de keuken, maar in het hele huis van het gas af. Gelukkig bleek er door de vloer al een loze leiding te lopen van stoppenkast naar keuken, en daar paste het nieuwe (dikkere) snoer doorheen, anders had de vloer open gemoeten. Pfjoew.
Het installeren van de plaat zelf was ook hier appeltje-eitje. Er kwam weliswaar een heuse monteur, maar het bleek simpelweg een kwestie van oven eruit, de gas-kookplaat eruit tillen en de inductie-plaat ervoor in de plaats leggen. Stekker erin, oven weer terug en klaar.
In de volgende aflevering: hoe zit het met de pannen? Moet je allemaal nieuwe kopen?
Dit is een (NIET gesponsorde) serie over koken op inductie.
Deel 1: wennen
Deel 2: Frankrijk
Deel 3: Amsterdam
Deel 4: pannen
Deel 5: conclusie


