Het ziet overal weer knalgeel van de paardenbloemen. Hét moment om paardenbloemjam te maken. Nee, dat is niet zielig voor de bijtjes, pluk vooral op plekken waar veel paardenbloemen staan, dan blijft er genoeg over voor onze vliegende vrienden.
Zelf plukte ik ze eerst van het gazon dat ik daarna toch moest gaan maaien, zo had ik meteen een dubbele workout. Driedubbel zelfs, want daarna ging ik natuurlijk ook de keuken in om jam te gaan roeren.

Paardenbloemenjam is prachtig goudgeel, met lieflijk dobberende flubbeltjes erin. Het is meer een gelei dan een jam en de smaak is heel bloemig en fris. Zoet uiteraard, dankzij de suiker en het appelsap, maar niet té, wellicht omdat de onvermijdelijk meegetrokken groene fliebers van de bloemen plus de citroenrasp zorgen voor wat bitter tegenwicht. Maar goed, eigenlijk valt de smaak nergens mee te vergelijken. Gewoon proberen dus. Heerlijk op een stokbroodje, op een croissantje, in de yoghurt-al-dan-niet-met-granola en wat al niet meer.
Het recept van paardenbloemjam (gekregen van collega Loethe Olthuis) vind je hier.

Oja, fun fact. Hou je ook zo van die mooie uitgebloeide pluizenbollen? Twee jaar geleden kreeg ik de tip om nét uitgebloeide paardenbloemen in grote jampotten ‘voor eeuwig’ te bewaren, volgens dit recept. Meteen uitgeprobeerd natuurlijk:

En kijk, dit zijn ze twee jaar later!


