Van Gorter en Annie M.G. tot Shakespeare, allemaal bezongen ze de maand mei. Sinds ik een tuin heb, snap ik dat pas echt. Tuintechnisch is mei de meest feestelijke tijd van het jaar. Alles groeit en bloeit de pan uit. Het gras is wit met geel gespikkeld van alle madeliefjes en paardenbloemen. Her en der staan grote blauwe pollen vergeet-me-nietjes en dan zijn er ook nog complete paarse percelen waar de hondsdraf de boel gestaag aan het overnemen is.
Overal dartelen bijen, hommels, vlinders en andere niet nader gespecificeerde beestjes. Ik vind het allemaal prachtig, wat een rijkdom! De bloemenborders die er een maand geleden nog uitzagen als een verzameling troosteloze sprieten zijn weer helemaal boven Jan. De rozen die ik met pijn in het hart rücksichtlos had teruggesnoeid staan weer te popelen met allemaal nieuwe scheuten en knoppen. De ingezaaide moestuin zit vol hoopvolle groene miniplantjes, al is het ondanks mijn dappere poging tot nette rijtjes soms lastig om te zien wat de bedoeling is en wat onkruid.
En ja hoor, het o-woord is gevallen. Ook onkruid houdt erg van mei. Eveneens van maart en april trouwens, en het is ook niet vies van juni tot en met september. Wat mij betreft deden de goden onnodig moeilijk door Sisyphus alsmaar een rotsblok helemaal een berg op te laten duwen, ze hadden hem net zo goed Chef Onkruid kunnen maken in mijn tuin.
Dit jaar heb ik bovendien een extra attractie. De esdoorns van mijn oprijlaan zijn vorige zomer vakkundig gesnoeid, wat ze ogenschijnlijk gelaten ondergingen, maar ze namen wraak door een tsunami aan propellorvormige zaadjes in het rond te strooien. Ineens bleek het kiezelterras rondom het huis vol te staan met duizenden baby-esdoorntjes. Die ik er nu stuk voor stuk allemaal weer aan het uittrekken ben.
Maar u hoort mij uiteraard niet klagen. Had ik al gezegd dat ik me een bevoorrecht mens voel?
Want er is volop daslook, de vlier bloeit dat het een lieve lust is en de aalbes zit vol aanstaande aalbessen. Maar helemaal verguld ben ik met mijn rabarber. Na jaren gedoe is het eindelijk gelukt, en deze mei heeft hij er enorm zin in. Vorig jaar was ik nog huiverig, de stelen van de jonge planten waren nog zo dun en teer, ik vond het zielig om ze op te eten. Maar nu staan ze dik en fier rechtop mooi rood te wezen.
Dus hoog tijd voor een rabarbertoetje. Want joechei, het is mei!

RECEPT Rabarbertiramisu
Nodig voor 6 personen:
500 g (liefst mooi rode) rabarber
1 doos lange vingers
250 g mascarpone
75 g witte chocolade
200 ml vers sinaasappelsap (+ zest)
2 grote eieren
50 g suiker
3 el gembersiroop
3 el amaretto
Oven voorverwarmen op 180 °C. Meng sinaasappelsap, gembersiroop, amaretto en 25 g suiker in een braadslee. Snij de rabarber in stukjes van 4 cm; vooral niet schillen, dan verdwijnt de kleur! Schep door de braadslee en laat in de oven in 15 minuten beetgaar worden. Laat helemaal afkoelen. Splits de eieren boven 2 kommen. Klop de eiwitten stijf. Klop daarna de eidooiers schuimig met de overige 25 g suiker. Mix de mascarpone erdoor. Rasp de witte chocola grof, hou 2 eetl apart voor de garnering, roer de rest door de mix. Spatel ten slotte de eiwitten luchtig erdoor. Schep de rabarber uit de braadslee en laat uitlekken. Wentel de lange vingers door het sinaasappelvocht. Leg de helft onderin een rechthoekige glazen schaal. Verdeel de helft van de mascarponesaus erover, dan de helft van de rabarber, vervolgens weer lange vingers, mascarponesaus en (zo elegant mogelijk) de rest van de rabarber. Bestrooi met de achtergehouden witte chocola en wat mooie reepjes sinaasappelzest. Zet minstens twee uur in de koelkast.
TIPS:
• Liever geen rauw ei? Meng de mascarpone dan met 250 g lobbig geklopte slagroom.
• Wie geen alcohol wil, laat die natuurlijk weg.
• Ik maakte ‘m intussen ook met Martini rosso in plaats van amaretto, dat bleek ook lekker.
• Half rabarber, half aardbei bleek ook een puike variant.
Dit recept verscheen eerder in Trouw (©: Koken met Karin).
Bewaar dit recept als pin op Pinterest:
MOESTUINBOEK
Zin in rabarber gekregen? Hij staat niet in mijn boek Van moestuin tot maaltijd (nee, dat wat ik vasthoud op de tekening, dat is regenboogsnijbiet, geen rabarber!) maar daarin staan wel tal van andere makkelijke groentes om zelf te kweken (en één soort fruit). Geschikt voor iedereen zonder groene vingers, van 9 tot 99. Met kweektips en natuurlijk ook met recepten. Te koop in elke boekwinkel of bestel hier een door mij persoonlijk gesigneerd exemplaar.


