Nou hèhè, ik ben van het gas af. En dat is even wennen. Misschien denk jij er zelf ook over? Of twijfel je nog? Ik neem je graag mee in mijn ervaringen in een educatief-onderhoudende mini-serie over koken op inductie. Vandaag aflevering 1. Niet schrikken dat ik begin met gemopper, want – spoiler alert – het komt goed! En nee, dit is beslist geen gesponsord artikel of een samenwerking, maar gewoon het eerlijke verhaal over mijn ervaringen met zelf gekochte keukenapparatuur.

In een dappere poging om mijn steentje bij te dragen aan de redding van de planeet heb ik geen cv-ketel meer maar iets wat een ‘afleverset voor hydrothermie’ heet. Maar vooral heb ik mijn geliefde gasfornuis ingeruild voor een inductieplaat. Tweeëntwintig kookboeken en ruim negenhonderd krantencolumns had ik op die vijf gaspitten geproduceerd, en toen kwam er ineens een glimmend zwart plat gevaarte. En dat is wel even wennen.
Onzichtbare lampjes
Om met het meest praktische te beginnen: het aan- en uitknopje van de inductieplaat is nauwelijks te vinden, een minuscuul rood puntje ergens onderaan. Ook de bedieningsschuifjes zijn slecht zichtbaar. Toen ik dat probeerde aan te passen, hield de verlichting er prompt helemaal mee op. Daarmee werd ook de aan- en uitknop volledig onzichtbaar, en probeer dan maar eens de boel aan de praat te krijgen. Gelukkig is dat uiteindelijk met veel moeite gelukt, en nu blijkt dat hij al op de maximale lichtsterkte stond. Overdag met zonlicht of juist ’s avonds met het lampje van de afzuigkap aan, zie je nauwelijks wat. Nou ja, het is wat het is. Inmiddels weten mijn vingers blind waar ze moeten wezen.
Overenthousiaste flexzones
Het is een plaat met flexzones, dat betekent zonder vaste ronde pitten, maar met losse kookzones die gekoppeld kunnen worden tot één groot kookoppervlak. Dat leek o zo handig, maar de flexzones blijken overenthousiast: je kunt nergens op de plaat ook maar iets laten staan, want zodra je elders even een pan of koffiepotje parkeert, wordt alles warm. Dan moet je eerst handmatig een soort control+alt+delete doen. Of die andere pan die je níet wilt verwarmen weghalen. Ook eventjes een hete ovenschaal neerzetten, wat ik op de roosters van mijn gaskookplaat heel vaak deed, blijkt niet de bedoeling, dan gaat ‘ie meteen heel boos piepen.
Mopperdemopper, inderdaad. Heus, ik heb het graag over voor de broodnodige energietransitie, maar gedoe is het wel. En ik vraag me eerlijk gezegd af of ontwerpers van inductieplaten hun spullen zelf wel eens uittesten. Maar écht uittesten.
Wonderlijke timing
Deze observaties had ik allemaal al in de eerste paar dagen. Het is echt even wennen, ik zei het al. Door een toevallige speling van het lot bleek de timing bovendien een tikkie wonderlijk.
Want de inductieplaat was nog niet goed en wel geïnstalleerd, of prompt begonnen de fotosessies voor mijn drieëntwintigste kookboek, dat voorjaar 2027 in de winkel moet liggen. Twee weken lang kookte ik een stuk of tachtig gerechten speciaal voor de foto. Alleen kwamen ze allemaal uit de oven, want het wordt namelijk een vegetarisch ovenkookboek. Ik had speciaal ook nog mijn oventje uit Frankrijk meegenomen, zodat ik twee apparaten tot mijn beschikking had, qua ultieme efficiëntie. Die gloednieuwe inductieplaat lag er werkeloos bij.
Maar inmiddels staat alles lang en breed op de foto, is het huis weer helemaal aan kant en de tweede oven terug naar Normandië. En had ik alle tijd om vriendjes te worden met de zwarte plaat. Want tussen mij en die inductieplaat en is het gelukkig helemaal goed gekomen.
Morgen lees je in aflevering 2 hoe het allemaal begon. Niet in Amsterdam, maar in Frankrijk.
Dit is een (NIET gesponsorde) serie over koken op inductie.
Deel 1: wennen
Deel 2: Frankrijk
Deel 3: Amsterdam
Deel 4: pannen
Deel 5: conclusie


